Curriculum Vitae Mark Mastenbroek, geb.
1944 te Amsterdam.
=============================================================
Deze homepage
In het midden van de jaren negentig vond ik het wel chic om een eigen homepage te hebben.
Bovendien lagen er, zowel van mijn moeder Mary Noothoven van Goor, als van mijzelf, allerlei artikelen,
verhalen, gedichten en vormen van beeldend materiaal op de plank. Het merendeel daarvan was gepubliceerd in diverse media
of geëxposeerd, een klein deel sluimerde in archief. Het leek zinvol om de homepage voor de ene helft aan Mary Noothoven van Goor,
voor de andere helft aan eigen werk en biografie te wijden. Want twee homepages maken leek een brug te ver.
Vandaar deze vorm. Opgezet met hulp van een deskundige, Jessica Polak, in de loop der jaren verder
uitgebreid en bijgewerkt.
Hieronder volgt mijn cv. Verder staat de site vol met allerlei soorten tekst en beeldmateriaal. Lang niet iedereen zal gemotiveerd zijn om dat allemaal te lezen en te bekijken.
Maar het vormt ook mijn archief, voor het geval mijn pc crasht, brand uitbreekt en mijn backups door dit of ander onheil worden vernietigd.
De optie 'reisfoto's' is overigens
de meest recente toevoeging aan de site. Wie een snelle verbinding bezit, krijgt een kleine zeshonderd thumbnails op het scherm. Een modem komt bij eerste opening kreunend en steunend niet verder dan een stuk of twintig.
De rest van het fotomateriaal is echter in
leegstaande frames eveneens
oproepbaar (klik op de tekst ónder de foto). De foto verschijnt dan in het
groot op een nieuw scherm.
De titels komen regelrecht uit mijn bestand en zijn daarom op dit moment nog
wat cryptisch. Aanpassen is veel werk, maar dat gaat toch binnenkort gebeuren. Maar als lezer kom je er voorlopig wel uit, denk ik.
AgraRiv is een rivier in Agra, India. SevillaNuns zijn nonnen in Sevilla. De foto's zijn op dit moment bij vergroting nog weinig subtiel, maar daar komt op termijn verandering in.
Wie over de inhoud van de site wil communiceren: mastenbr@concepts-ict.nl.
=============================================================
Scholier
-1953. Min of meer als probleemgeval aangemeld bij de Geert Groote School te Amsterdam. In het openbaar onderwijs weigerde ik op zeker ogenblik nog iets uit te voeren. Waarom? Was het de troosteloosheid van de straten waarin we af en toe in rotten van vier uit wandelen werden gestuurd onder het zingen van liederen als: Eén, twee, drie, vier vijf zes, zéven! Zo gaat die goed! Zo gaat die beter, alwéér een kilometer! Iets dergelijks moet mijn obstructie wakkergeschud hebben, denk ik nu. De overgang naar de 'Geert Gekke School' (toen meewarig gadegeslagen door de ouders van mijn vriendjes die later natuurlijk allemaal naar het gymnasium moesten) viel aanvankelijk niet mee. Ik vond de sfeer burgerlijk. Jongens die naast meisjes gingen zitten waren 'gek', bijvoorbeeld. Toch ontdooide ik langzaam. Terwijl mijn vriendjes met dikke tassen vol huiswerk rondliepen, zong ik franse liedjes, deed euritmie, speelde op de terugweg van school naar huis melodietjes op de blokfluit voor de chauffeur van bus E, was 's middags vrij en werd derhalve enkele malen staande gehouden door een politieagent per rijwiel: Zo borst, wat doe jij daar? Moet jij niet naar school? Eénmaal moest ik mee naar het bureau. De directie van de ten burele geheel onbekende school die zoiets uitzinnigs deed als kinderen níet van negen tot twaalf en van twee tot vier in de banken houden, werd gebeld. Tot overmaat van ramp hád die school helemaal geen directeur, want daar waren ze 'tegen'. Nagestaard door een ploegje hoofdschuddende dienders met neergetrokken mondhoeken, in hun hart overtuigd dat ze voor het lapje waren gehouden, werd ik tenslotte uitgeleide gedaan uit het bureau en kon mijn vrijheid weer tegemoetlopen. Een vrijheid die op de een of andere manier niet meer zo onbekommerd aanvoelde als tevoren.
-1961-1964 tijdens vakanties met enige regelmaat werkzaam in verpleging en bezigheidstherapie van psychiatrisch ziekenhuis Sinaï Centrum te Amersfoort.
-1963 eindgetuigschrift Vrije School te Amsterdam.
-1964 staatsexamen HBS-B.
-Daarna: Arts. Néé; dat wil zeggen dat ik het volgehouden heb om liefst twee weken aan de faculteit geneeskunde
van de VU medicijnen te studeren. Zo snel werd duidelijk dat ik niet bestand was tegen de massaliteit, de dodelijke
scheikundeproefjes... Kortom: foute keuze. Ontgoocheld droop ik af. Gezichtsverlies, nederlaag. Dan maar de overgave
aan het onvermijdelijke dat boven mijn toekomst hing: de dienstplicht. In die jaren viel over weigeren niet
te denken. Misschien was het na een veilige, door goede zorg omhulde schooltijd ook wel een uitdaging.
=============================================================
Militair
-1965-1967 dienstplicht. Ik weet nog goed dat tijdens het eerste appèl onze namen werden afgeroepen.
Op een troosteloze binnenplaats van een kazerne in Tilburg, temidden van honderden pelotonsgewijs opgestelde leeftijdgenoten,
kaatste ook mijn naam onbarmhartig tussen de bakstenen muren.
'Present!' brulde ik plichtsgetrouw terug en dacht: nu word ik geboren.
Alle kracht die ik bezat en méér had ik nodig om in die eerste maanden overeind te
blijven en niet te laten merken hoezeer ik het uit mijn tenen moest halen om te overleven. Naïef genoeg was ik
aanvankelijk overtuigd linea recta in de officiersopleiding te belanden (300 gegadigden, acht plaatsen).
De tweede ontgoocheling na mijn
mislukking als arts betrof het feit dat ik 'slechts' onderofficier zou worden. Hoewel ik met angst en beven aan
het militaire avontuur begon, wilde ik, eenmaal binnen de muren van de kazerne, toch hoog inzetten. Vergeefs!
Ik zou het niet verder schoppen dan tot sergeant.
Toch kreeg ik geleidelijk een beetje greep op de zaak. Na een
opleiding, rijvaardigheidstraining
(rijbewijs B-C-D-E) werd ik 'effectief' als sergeant-transportcommandant
bij de Zware Transportcompagnie 829 T te Vught. Taak: het
begeleiden en op schema doen uitvoeren van complexe
vervoersopdrachten met gemiddeld een tiental zware
vrachtwagencombinaties, het leiden van colonnes en het opleiden
van chauffeurs.
-Daarna: Architect. Jaja. We spreken hier over een vier maanden volgehouden studie bouwkunde aan de
HTS te Amsterdam. Ook hier
bleek al snel dat dit niet de juiste keuze was. Ik werd er ook wel een beetje mismoedig van. Wat moest ik doen
in het leven? Waarheen? Hoewel ik als ex HBS-b-er de stof van een HTS ruimschoots zou kunnen 'hebben', scoorde ik de
ene drie na de andere.
=============================================================
Therapeut
1967-1970 groepstherapeut aan het Sinaï Centrum te
Amersfoort. De plek waar ik als scholier al vakantiewerk had verricht. Het werk zelf was aangrijpend,
de verschillende patiënten (toen heette een patiënt nog gewoon patiënt en geen cliënt of gast) openbaarden
een aspect van de werkelijkheid dat in zijn eindeloos gevarieerde tragiek en onrechtvaardigheid
de eigen nietige zorgen deed verstommen. Taakstelling: coachen van een twaalftal tijdelijk
opgenomen cliënten met in het algemeen als 'neurotisch'
omschreven problematieken (o.a. eerste en tweede generatie
oorlogsslachtoffers en verslaafden) via groepsgesprekken en
creatief-therapeutische mogelijkheden. Een
non-directief-aanmoedigende strategie (Rogers) was gericht op het
versterken van zelfwerkzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en
zelfvertrouwen. Als ik niet een enorme hoeveelheid stennis had veroorzaakt (therapeuten tot actie aangezet,
vakbond erbij) omdat er in mijn jeugdige, ietwat heethoofdige ogen
schrijnende onrechtvaardigheden aan de orde van de dag waren in onze werksituatie,
dan was ik nu nog in het Sinaï-Centrum werkzaam geweest. De sfeer was echter zodanig dat ik als aanstichter
van een brede sociale actie de eer aan mijzelf moest houden en vertrekken. Toevallig kwam ik tijdens een
excursie naar het Centraal Museum te Utrecht met enkele patiënten, een leraar van mijn oude school tegen,
die meldde dat de handenarbeidleraar aldaar van plan was te vertrekken.
Daarnaast:
-Studie aan de Academie voor Beeldende Vorming te Amersfoort
in avondopleiding voor het vak Handenarbeid. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen: ik had werkelijk niets met
het vak handenarbeid! Ik was er niet bijzonder begaafd in, had een hekel aan die lokalen met houtkrullen vol
doe-het-zelvers, maar ja, je moest toch iets. In Amersfoort was dit de enige opleiding die enig perspectief
bood. Pas later heb ik het vak leren waarderen. Als lesgever wel te verstaan. Zelf houd ik
mijn handen liefst schoon en droog. De echte ontdekking tijdens die studie was de kennismaking met het vak
kunstgeschiedenis.
-1975 Diploma Voortgezette Studie Handenarbeid.
Onderwijsbevoegdheid op eerstegraadsnivo voor het vak
Handvaardigheid en, daaraan verbonden, het vak Kunstgeschiedenis.
=============================================================
Leraar
-1970-1987 leraar aan de Vrije Scholengemeenschap Geert Groote te Amsterdam (thans Geert Groote College Amsterdam) doorgaans in een volledige betrekking. Aanvankelijk wist ik niet wat me overkwam. Tijdens vergaderingen vroeg ik me telkens af waar die mensen het in hemelsnaam over hádden! Bovendien had ik in de kliniek net een beetje geleerd om verantwoordelijkheden uit handen te geven. Hier moest ik in ieder detail de verantwoordelijkheid juist pakken, zorgen dat de dingen liepen zoals ík dat wilde. Een hele overgang. Onderwijs in Handvaardigheid, Kunstgeschiedenis en Bouwkunst. Tevens klassenmentor. Incidenteel lessen in Algemene Technische Oriëntatie, Geografie, Nederlands (poëzie, journalistiek) en Filosofie.
-Verder via taakeenheden betrokken bij pedagogisch beleid,
personeelszaken en de Middenschool. Voor de Middenschool
leerplanbeschrijvingen voor de vakken Handenarbeid en
Kunstgeschiedenis.
-Sinds 1979 examendocent voor Handenarbeid/Kunstgeschiedenis
voor het Havo en sinds 1989 voor het VWO.
-Sinds 1980 betrokken bij de organisatie, invulling en
begeleiding van kunstreizen naar Rome, Florence en Parijs voor
leerlingen van de bovenbouw.
Daarnaast:
-Artikelen in tijdschrift Jonas, Vrije Opvoedkunst, Archithese
(CH) en Stil (BRD) over kunst, cultuur en onderwijs.
-Van 1985-1987 in redactie van Vrije Opvoedkunst.
-Met enige regelmaat houden van voordrachtencycli over
kunstgeschiedenis te Amsterdam, Haarlem, Hilversum, Driebergen,
Den Haag, Antwerpen, Florence.
-Incidenteel geven van lessen Bouwkunst en Moderne Kunst aan
de Rudolf Steiner School te Haarlem. Aan diezelfde school
cursussen Architectuur-beschouwing voor volwassenen.
-Tevens enkele gastcolleges Pedagogiek aan de Vrije
Universiteit te Amsterdam.
-Van 1984-1987 kunst- en cultuurbeschouwing aan de
kunstacademie Ruudt Wackers te Amsterdam voor studenten van het
1e t/m 4e jaar. De eerste jaren van deze nieuwe kunstacademie waren inspirerend en hectisch tegelijk.
Dankzij Wackers' belangstelling voor mijn manier van lesgeven aan de vrijeschool,
had ik de vrije hand om naast kunstgeschiedenis
ook mensbeelden, stromingen en temperamenten te behandelen.
=============================================================
-1987-1990 werkzaam als redacteur cultuur bij het
veertiendaagse opinietijdschrift Jonas te Amsterdam. Ja, opeens was ik weg van de school.
Binnen een minuut had ik besloten dat mijn werk aldaar tot routine was geworden en sprong
ik in het ongewisse. Iedereen riep: Je pensioen!, Je pensioen! Waar begin je aan? Dat ik uiteindelijk
toch met een klein lijntje aan de school (en dus het pensioen) verbonden zou blijven, wist ik toen nog niet.
Ondertussen ontmoette ik mijn levenspartner Minoushka van den Berg (1968) met wie ik de laatste zeven jaar ook samenwoon.
Terug naar tijdschrift Jonas. Tijdens mijn eerste dag als lid van de redactie plaatste ik mijn bureau in de erker van ons fraaie pand aan de
Weteringschans, zodat ik al werkend goed naarbuiten kon kijken en zien wat er allemaal voorbijkwam. Na een paar uur
diende zich toch wel enige zorg aan. Wat, en waar was eigenlijk mijn werk? Hoe zat dat?
Gelukkig wist de hoofdredacteur mijn verontrusting een poosje weg te werken met de tekst: 'Weet je wat jij moet doen,
Mark, jij moet leren nietsdoen! Jij bent op die school helemaal afgericht op werk, op aktiviteit.
Jij gaat gewoon een beetje rondlopen,
stapt eens een museum of galerie binnen, drinkt ergens een kopje koffie en dan zien we wel.'
-'Maar', wierp ik tegen, de werktijden waren immers van negen tot zes? Dát is mij bij aanname verteld!'
De hoofdredacteur maakte ook aan die twijfel resoluut een einde: 'Gelul! Hier gaat het niet om werktijden, maar
om de kwaliteit van het product.'
Naast het ontwikkelen van redactioneel beleid bestond mijn
taakstelling uit het verzorgen en grotendeels zelf schrijven van
een constante stroom artikelen op het gebied van kunst en
cultuur. Het betrof voor het merendeel beschouwingen over
tentoonstellingen van beeldende kunst in musea binnen en buiten
Nederland, maar ook artikelen over manifestaties als de Biënnale
te Venetië en het Van Gogh-jaar. Hoewel de vraag bleef of er eigenlijk wel
een echte volle baan voor mij was bij dat tijdschrift,
doorleefde ik toch een sprankelende episode. Hier en daar werd mijn journalistieke
werk in andere media
geciteerd, zoals in het Bulletin van het Stedelijk Museum te
Amsterdam naar aanleiding van een artikel over de expositie van
Malevich.
-Tevens schreef ik artikelen over literatuur, bouwkunst, reisbestemmingen
in mediterrane gebieden en interviews (o.a. Erica Terpstra,
Rabbijn Soetendorp, Ton Alberts, Erich von Däniken). Reisde op
uitnodiging van Yemenia Airways naar Jemen in verband met de
tentoonstelling over dat land in het Tropenmuseum. Onderzocht in
Engeland feiten en verdichtsels omtrent de bestseller The Spear
of Destiny (in Nederland: de Lans van het Lot) van Trevor
Ravenscroft. Het ging daarbij om relaties van de centrale figuur
uit het boek met Sir Winston Churchill, Adolf Hitler en Koning
Leopold van België en om betrekkingen van de auteur met de
keizerlijke familie van Perzië. Zocht en vond in Zweden sporen
van de kunstenares Hilma af Klint. Haar op occulte wijze
geïnspireerde abstracte werk (van omstreeks 1900) was in 1987 de
verrassing van de expositie The Spiritual in Art in het Haags
gemeentemuseum.
-In 1988 begon ik met de ontwikkeling van de afdeling
Jonasreizen: het op commerciële basis organiseren en begeleiden
van kunstreizen. Toch eigenlijk omdat ik doorgaans al tegen een uur of één, twee 's middags
klaar was met alles en dan, een tikje bevreemd nagestaard door stressig achter
computers en telefoons ratelende collega's, het pand verliet. Ik kon toch niet duurzaam halve dagen blijven nietsdoen!
Naast dagexcursies naar exposities in Keulen en
Brussel werden diverse reizen ondernomen naar Toscane, Parijs,
Florence, Rome en Egypte. Het kon niet op. Er waren volle touringcars en soms lange wachtlijsten.
Zowel inhoudelijk als financieel bleek
Jonasreizen succesvol. Formule: groepsreizen waarbij de
individuele reiziger niet opgaat in een collectief, maar na
inleidingen in de bus en voordrachten in het hotel zelfstandig
het dagprogramma bepaalt en eigen activiteiten ontplooit. In feite was dit dezelfde formule als
met mijn leerlingen van het Geert Groote College. Ook met volwassenen bleek een opzet waarbij iedereen in
kleine wisselende groepjes ervaringen opdoet en die dan op vaste ontmoetingspunten in de stad uitwisselt,
te voldoen aan een behoefte. Op de terugreis konden de deelnemers desgewenst door de microfoon beschrijven welke
ervaring voor hen de meest dierbare geweest was. Het leverde doorgaans een indrukwekkend boeket aan zeer
verschillende door de reizigers beschreven hoogtepunten op.
-Aan Vrije School en Montessorilyceum handenarbeid en
kunstgeschiedenis voor 4/5 HAVO en 5/6 VWO.
-Eerste boek verschijnt April 1990 onder de titel 'Toscaanse
Miniaturen' (Uitg. Vrij Geestesleven Zeist) en bevat literair-journalistieke beschrijvingen van
steden, kunstwerken en historie. In diverse media over het
algemeen enthousiast ontvangen. 5 Juni 1990 met 'Toscaanse
Miniaturen' in 'Uitgelezen', een literair praatprogramma op
BRT-televisie.
=============================================================
Leraar
-Na Aug. 1990 weer in volledige betrekking verbonden aan de
Vrije Scholengemeenschap Geert Groote/Montessorilyceum (thans: Geert Groote College Amsterdam). Waarom?
Jonas ging op een haar na failliet, ik werd als eerste ontslagen. Logisch, vooral achteraf bezien, natuurlijk.
Zomaar op straat gezet worden is een
ingrijpende ervaring, weet ik nu. Gelukkig kon mijn oude werkgever mij na enige vijven en zessen weer een
volle betrekking
bieden. Interessant genoeg was het effect van die drie jaar journalistiek, dat ik weer met plezier lesgaf
en ook het overige
schoolleven positief benaderde.
Dat enthousiasme is tot op heden niet meer weggegaan. Ik gaf
naast eerder genoemde onderwijstaken nu ook enkele leseenheden
Wiskunde-A, tekstverwerken, psychologie en filosofie. Tevens klassenmentor en van Aug. '92 tot Aug. '98 lid van de
personeelsgroep. Sinds 2000 coördinator CKV, met als voorlopige doelstelling de zaken zo lang mogelijk te houden zoals
ze zijn. Pas wanneer de tweede fase echt is ingedaald en naar mijn verwachting: verzacht,
kunnen wij een goed lopende cultuursectie omvormen tot CKV 2 en 3. Als coördinator ICT met behulp van enkele vaardige
leerlingen sinds 1997 het gammele pc-netwerkje draaiende gehouden en begonnen met een leerplan voor
tekstverwerking en multimedia. Nu bezit de school een uitgebreid pc-park. Als gevolg van contacten
die in de tijd van het
redacteurschap gelegd zijn, werd het examenwerk voor het vak
handenarbeid voor Havo-Vwo van 1989 t/m 1999 driemaal per jaar
tentoongesteld buiten de school, in de showroom van Citroën
Amsterdam (Stadionplein) en in de centrale hal van het World
Trade Center te Amsterdam. Dankzij de kwaliteit van het werk en het
enthousiasme dat deze manifestaties omgeeft is er al enkele jaren
geen school in Nederland die jaarlijks zoveel (tot ca. 90)
eindexamenkandidaten voor het vak handvaardigheid/kunstgeschiedenis opleidt. Sinds 1997
is de fraaie nieuwbouw van het Geert Groote College Amsterdam (www.ggca.nl) het decor voor
deze exposities.
Sinds 1997 verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een nieuw einddocument voor de leerlingen
die na klas twaalf de eigenlijke vrijeschoolopleiding verlaten.
Doelstelling: het betrekken van de leerling bij vormgeving en inhoud van zijn document.
Hoeksteen daarbij is een soort portfolio in boekvorm, waarin de leerling een aantal
hoogtepunten uit zijn/haar schoolcarriëre scant en invoegt en tevens
bijzondere verrichtingen door docenten of andere volwassenen (stages) laat beschrijven.
Sinds 2003 is de essentie van dit nieuwe einddocument vrijescholen landelijk ingevoerd.
Onderhandelingen over een internationale invoer liggen momenteel onder de hoede van de Bond voor Vrije Scholen.
Daarnaast:
-Voor tijdschrift Jonas verzorgen van een
regelmatige stroom artikelen over kunst/cultuur en reizen.
-Het organiseren en begeleiden van kunstreizen naar Frankrijk,
Italië en Egypte.
-Houden van voordrachten en cursussen (o.a. Amsterdam, Leiden,
Arnhem, Bussum, Zeist, Zutphen).
-In '90, '91, '98 en '99 enkele leseenheden aan de Rudolf
Steiner School te Haarlem.
-Feb.'91 verschijnt 'Parijse Miniaturen'(Vrij Geestesleven Zeist).
-Maart '91 verschijnt 'Niemandsland', een beschouwing over een
schilderij van Mary Noothoven van Goor, uitgegeven als
alternatieve geschenkuitgave bij de boekenweek. (Uitg. Caroussel, Amsterdam)
-December '91 verschijnt 'Rome in Miniaturen' (Vrij Geestesleven Zeist.
-April '92 verschijnt 'Licht op Rembrandt'. (Vrij Geestesleven Zeist; Daarover
geïnterviewd in Paravisie.)
-In 2002 worden hoofdstukken uit Toscaanse Miniaturen overgenomen in twee nieuwe uitgaven:
Als een God in Toscane (Bruna, Utrecht) en Toscane, een Literaire Ontdekkingsreis (Het
Spectrum-Davidsfonds, Leuven). Een deel uit Parijse Miniaturen werd opnieuw gepubliceerd in
Als een God in Parijs (Bruna, Utrecht).
-In '92 en '93 enkele leseenheden kunstbeschouwing aan de
Vrije Pedagogische Academie en een gastcollege aan de Vrije
Hogeschool te Zeist.
-Van Maart '93 t/m 1997 in elk nummer van het
Citroën-magazine Dynamique (kwartaalblad) een artikel met eigen
beeldmateriaal over een minder bekende stad of een onbekend
hoogtepunt van kunst of cultuur in Frankrijk. Tot mijn vreugde nu als fotograaf
op een serieus te nemen plek actief.
-Incidenteel opdrachten voor artikelen, reisfolders en
specials (Eurocamp, Vrije Opvoedkunst, Motief, Triodos-magazine,
Skepter, Ruim. En voor Jonas, dat sinds 1997 na een doorstart Jonas
Magazine heet.).
-Herfst '93, enkele gedichten in literair tijdschrift Ruim.
-Sinds Maart '94 tot 2001 op free-lancebasis artikelen in academisch
weekblad Intermediair over kunst, cultuur,
techniek en archeologie voor de katern Wetenschap en Techniek.
Sinds Aug. 2000 ligt het journalistieke zwaartepunt bij
tijdschrift Motief, als reisleider actief voor Brandaan Reizen te Arnhem.
-Medio 2006 ben ik begonnen aan het waagstuk van het schrijven van een vervolg op de twee romans van
Mary Noothoven van Goor, mijn moeder. Waar de eerste twee boeken de hoofdfiguren in hun pubertijd
en vervolgens in de opmaat van hun leven weergeven, zal
dit derde deel hen uiteindelijk na een halve eeuw aantreffen tijdens de laatste periode waarin zij nog
handelingsbekwaam zijn en de zich voor hun ogen voltrekkende ontknoping van het
drama uit het verleden in alle scherpte waarnemen en beseffen. Tenminste, dat is de bedoeling.
Om diverse redenen heb ik enkele collega's en kennissen gevraagd om, telkens
wanneer een nieuw hoofdstuk (in briefvorm) gereed is, mee te lezen. Dus, als je zin hebt...
Naast een volle baan aan het GGCA zal deze uitdaging zich, wanneer ik er niet onverhoopt de brui aan geef,
over een aantal
jaren gaan uitstrekken.
Bijgewerkt: maart 2010